De Sempai
Niets kon laten vermoeden dat Dirk De Mits, in de club beter bekend als ‘De Sempai’, ooit maar iets te maken zou krijgen met ‘Karate’.
Als twintigjarige was hij in Oost-Vlaanderen eerder bekend als beloftevol speler-kapitein van een provinciale volleybalclub, en bij sommigen zelfs als organisator van en deelnemer aan ‘oriëntatie’-rally’s.
Geheel onverwacht, en zelfs tengevolge van een misverstand, belandde hij in de wereld die later zo veel voor hem zou betekenen en hem zo beïnvloedde. In 1970 namelijk, op zijn zoektocht naar verdere sportieve groei, verwees iemand hem naar de judo-club van de Gentse Universiteit. Vergissing van deur deed hem echter in een training terechtkomen van de toen juist opgerichte Gentse Universitaire Karateclub (GUKK). Dit beviel hem in zulke mate dat alle judoverzuchtingen plots verdwenen waren (heeft Jean-Marie Dedecker daar even geluk gehad!), en hij met vol enthousiasme een (laattijdig) karate-sportleven aanvatte.
Het eerste jaar kreeg hij instructie van Shimohara Yoshio, 3de Dan JKA, en van Dirk Heene, oprichter van de GUKK. Vanaf het tweede jaar echter was het voor deze lesgevers niet zo gemakkelijk meer om regelmatig les te komen geven, en verschoof de verantwoordelijkheid voor de GUKK meer en meer naar onze sempai. Gezien de trainingen in de GUKK zich echter beperkten tot het academisch sportjaar (oktober tot april) werd al vlug uitgekeken om een volwaardige club op poten te zetten, en dit werd dus Teku-kan.
In 1974 werd onder zijn impuls de Oost-vlaamse provinciale JKA-werking opgericht en in 1975, naar aanleiding van de culturele opsplitsing in België, vroeg Miyazaki Shihan hem de Vlaamse vleugel (de latere Vlaamse Karate Vereniging) te structureren. Hij was dan ook van 1978 tot 1997 voorzitter of secretaris-generaal van VKV, en nog steeds is hij er bestuurder.
Op nationaal vlak werd hij in 1978 voorzitter van de Belgische JKA-koepelorganisatie BAKF; mandaat dat hij tot op heden (op twee jaren na) nog steeds vervuld.
Samen met vier anderen richtte hij bij het overlijden van Miyazaki Shihan JKA-Belgium op met als doel het geestelijk erfgoed van de Sensei te bestendigen.
In 1979 was hij voor het eerst Belgisch vertegenwoordiger bij internationale traditionele karate-organisaties (IAKF, EAKF). Toen deze enige jaren later om politieke redenen ontbonden werden, was hij in 1986 medeoprichter van de European Shotokan Karate-Do Association (ESKA). Van bij het begin kreeg hij hier het mandaat van Director of Administration and Finances dat later omgevormd werd tot Secretaris-generaal. Tot eind 2009 had hij hetzelfde mandaat binnen de World Shotokan Karate-Do Association (WSKA). In beide organisaties is hij eveneens wedstrijddirecteur.
Omdat hij wedstrijd-arbitrage als één der belangrijkste middelen zag om de kwaliteit van karate te vrijwaren, besteedde hij hieraan heel wat energie. Eén van zijn belangrijkste verwezenlijkingen is het structureren en op punt stellen van de Europese ESKA-wedstrijdreglementen. Deze reglementen zijn overgenomen door WSKA en BAKF.
Dit alles belette hem niet om ook op karate-vlak verder uit te groeien. In 1992 kende Miyazaki Shihan hem de graad van 5de Dan JKA toe.
Zijn sportieve missie blijft echter Teku-kan te bestendigen als ‘club waar karate volgens Satoshi gedaan wordt’.
Waarom ‘de Sempai’?
Karateka’s uit andere clubs, zijn soms verwonderd als ze horen dat wij onze hoofdlesgever als ‘Sempai’ (= oudere, gevorderde) aanspreken, en niet zoals bij hen gebruikelijk is, als ‘Sensei’ (=meester). Daar zijn echter historische en principiële redenen voor.
Toen onze Sempai als bruine gordel de club opstartte, reserveerde hij in het huishoudelijk reglement de titel van ‘Sensei’ voor een houder van een 1e Dan of hoger.
Toen hijzelf echter 1e Dan werd, vond hij het niet gepast dat de clubleden hem nu met ‘Sensei’ zouden aanspreken: “daarvoor moet men eerst goed zijn!” was zijn mening; dus veranderde hij in het huishoudelijk reglement ‘1e Dan’ door ‘2e Dan’. Telkens hijzelf opklom, herhaalde dit scenario zich. Hij vond ook dat ‘Sensei’ teveel afstand creëerde; hij was liever 'de begeleider'; de sempai dus.
Totdat 'Miyazaki Sensei' overleed. Toen vond de club dat ‘Sensei’ moest voorbehouden blijven voor de enige, echte Sensei voor Teku-kan: Miyazaki Sensei. Ondertussen is ons begrip van het Japans verbeterd en hebben wij geleerd dat de juiste term voor 'meester' Shihan is, en dat Sensei 'leraar' betekent. Binnen de JKA-familie in België spreken wij dan ook over Miyazaki Shihan. Toch zal hij voor de oudere Teku-kanners 'De Senseï' blijven, net zoals onze clublesgever 'De Sempai' is.
Dit ontslaat de Teku-Kanners echter niet van de verplichting om hoffelijk te blijven tegenover andere hogere JKA-gordels.
Interview met de Sempai
(opgenomen door Kathleen Lambein en Ann Goemaere)
Die maandag, we schrijven 5 april 2004, zou dé avond worden, de avond van het grote interview met dé Sempai. Vol ongeduld en met dictafoon en vragenlijst in de aanslag wachtten we in de HIPSO-bar op onze Sempai. De HIPSO-bar bleek al snel te lawaaierig voor een serieus gesprek als het onze; dus dan maar richting stationsbuffet. Daar was het heel wat rustiger, maar het vroege sluitingsuur dwong ons naar een derde maar uiteindelijke goede locatie voor het interview.
Ondanks de logistieke strubbelingen werd het een interessante en leerrijke avond. En uiteraard deed het eens deugd om een ganse avond met de Sempai door te brengen zonder te moeten pompen, lager te staan,…
We tarten niet langer jullie ongeduld. Hou jullie vast, hier komt het dan.
Vraag: In de dojo zien we u enkel als lesgever en nooit om zelf te trainen. Hoe behouden lesgevers hun niveau? Krijgen jullie zelf nog les?
Er zijn twee aspecten die niet mogen verward worden: de kwaliteit van iemand als karateka en zijn kwaliteit als lesgever. Er is wel een verband tussen beiden, maar het zijn twee verschillende dingen.
Eerst hoe ik mezelf zie als karateka. Zoals bekend ben ik relatief laat begonnen met karate en had ik op dat ogenblik vooral enig niveau als volleyballer. ‘Enige gedrevenheid’ leidde in de beginjaren van Teku-kan tot het volgen van 8 tot 10 trainingen per week, beide sporten samen natuurlijk, meestal in het gezelschap van Patrick.
Op die manier heb ik een bepaalde afstand afgelegd op de ‘eindeloze weg naar de top’; voldoende om hiervoor gewaardeerd te worden door mijn karate-mentor Miyazaki Shihan met de graad van 5e dan. Men mag ook de impact niet vergeten van de club: als hoogste graad was ik voor iedereen ‘de te kloppen man’. ‘Anciens’ als Patrick, Johan, Staf, Theo, Marnix, Stefan, en andere Peter’s, deden niets liever dan zich meten met mij. Ik kon dat toen niet altijd appreciëren, maar het verplichtte me wel om steeds tot het uiterste te gaan. Iets waarvoor ik hen nog altijd dankbaar ben.
In België is het echter nog steeds niet mogelijk om succesvol beroepsmatig aan karate te doen. Omdat in die periode Teku-kan vijf afdelingen had; ik de VKV organisatorisch op poten aan het zetten was; en daarnaast ook stilaan aan mijn professionele toekomst moest denken, drong een keuze zich op: zelf verder groeien als karateka of meehelpen aan de verdere uitbouw van JKA-karate. Ik koos voor het laatste. Het feit dat ik soms moeilijk kan verliezen heeft me hierbij ook wel wat geholpen, hoor.
Om iemand als lesgever te evalueren, moet je gewoon kijken naar de kwaliteit van zijn leerlingen. Het is niet omdat iemand zelf goed karate doet, dat hij ook een goede lesgever is. De vraag die een lesgever steeds voor ogen moet houden is: ‘hoe kan ik deze karateka het best begeleiden op zijn karate-weg?'. Men mag hierbij ook niet vergeten dat het nog altijd de leerling zelf is die de weg moet afleggen. Dat Teku-kan zoveel hogere Dans heeft komt vooral door de inspanningen die die mensen zelf leverden. De lesgever was hierbij enkel ‘begeleider’, sempai dus.
Om te verbeteren als ‘begeleider’ is vooral inzicht belangrijk. En dit groeit door bijscholingsessies en cursussen, zowel nationaal als internationaal, ook door regelmatige contacten met hogere instructeurs, maar vooral door ervaring.
Vraag is dan wat de leerling zoekt bij de lesgever: motivatie op basis van waardering voor hetgeen de lesgever zelf kan, of begeleiding door die lesgever op zijn eigen weg.
Nakayama Shihan is steeds aanzien als een hoogstaand leraar met heel veel inzicht en kennis, nochtans heeft hij, omwille van een ongeval, redelijk jong moeten stoppen met trainen.
Al met al ben ik inderdaad wel fier op hetgeen ik reeds bereikt heb als ‘begeleider’, ik vermeldde reeds de hogere Dans in Teku-kan, maar ook op sportief vlak, en niettegenstaande competitie geen hoofddoel is, bewijzen de behaalde uitslagen zoals o.a. vermeld in ons 25-jaar jubileumboek dat we het ook daar niet zo slecht doen.
En vergeet tot slot niet de invloed van onze club op beleidsniveau. Zowel provinciaal, landelijk als nationaal hebben steeds verschillende van onze leden belangrijk bijgedragen tot een degelijk beleid, en zelfs internationaal spelen we onze rol, kijk maar naar ESKA en WSKA. Wist je bv. dat Alicia Gonzalez een hoofdrolspeelster was in de succesvolle organisatie van het Europees kampioenschap enkele jaren terug in Cadiz (Spanje)?
Vraag: Judo is al jaren een olympische discipline, recent werd Tae-kwondo dit ook. Waarom is karate nog steeds geen olympische discipline?
Vooral omwille van politieke redenen. Enerzijds is er nog steeds grote verdeeldheid binnen de internationale karatewereld, anderzijds heeft de Olympische organisatie niet alleen met sport te maken, maar ook heel wat met politiek. Gezien Judo al een olympische discipline met Japanse ‘roots’ is, zal het voor karate niet gemakkelijk zijn om ooit Olympisch te worden.
Maar zou dit wel een goede zaak zijn? Ik stel me daaromtrent heel wat vragen.
Het zou kunnen dat de dag dat karate olympisch wordt, dit het einde betekent van het traditionele BUDO-karate (Budo = de weg van de krijger, met zeer veel aandacht aan de 'waarden'). Vele judokenners beweren dat wat je vandaag ziet in judo niets meer te maken heeft met het echte, oorspronkelijke judo. Zij noemen het ‘worstelen in kimono’. En ook Tae-kwondo is sinds zijn erkenning niet meer hetzelfde.
Wanneer het commerciële in een sport belangrijk wordt, heeft dit zijn invloed op de essentie van die sport. Men probeert dan de sport attractiever de maken voor de toeschouwers, ook minder risicovol, het resultaat wordt het belangrijkste, de reglementen veranderen van focus, kortom, de sport verandert. Wanneer men bvb. bij karate om reden van kwetsuren beschermstukken en gewichtsklassen gaat invoeren dan moet je als aanvaller veel minder rekening houden met uw controle, en dit is nu juist voor het budo-karate essentieel. Als verdediger moet je ook minder aandacht besteden aan je bescherming, want minder risico, en het zichzelf kunnen beschermen is dus niet langer belangrijk, nochtans een andere basiswaarde van budo-karate. Ook kan men verschillende malen ‘uitgeschakeld’ worden in een sportkarate-kamp, daar waar budo-karate een echt gevecht voor ogen heeft : ‘éénmaal verliezen is gedaan’. Heel wat vragen dus.
Was het Faust niet die zijn ziel verkocht om rijkdom, eer en glorie te halen?
Vraag: Wat is uw favoriete kata? En waarom?
Tijdens mijn examen voor 1ste dan, 2de, 4de en 5de Dan heb ik Jion uitgevoerd. Miyazaki Sensei maakte me zelfs eens het compliment dat ik in België het beste Jion beheerste en verstond (waarschijnlijk wou hij me plagen). Dat zal nu alleszins niet meer het geval zijn. Jion is een kata met duidelijke en eenvoudige technieken. Niet te moeilijk, los erdoor en we gaan ervoor. Er zijn nog enkele kata’s die hetzelfde uitdrukken, zoals Bassai Dai, Jitte, enz.
Het plezier in het uitvoeren van een kata is juist dat je in een kata die je graag doet, kan blijven groeien. Als ik terugdenk aan mijn examen voor 5de dan, was ik nog altijd niet tevreden over mijn uitvoering van Jion hoewel ik al op verschillende vlakken was verbeterd. Per techniek zijn er zoveel details en dus zoveel fouten die je kunt maken. En dan kan je nog fouten maken op timing, ritme, beleving, enz.. In een kata kan je duizend dingen goed doen, maar toch nog altijd duizend dingen fout doen.
Mijn advies is: zoek een kata die je graag doet, en maak het niet te moeilijk zodat je de kata kunt beheersen en beleven. Heel veel karateka's zoeken spijtig genoeg veel meer naar kennis dan naar kunde. Men wil alle kata’s kennen en denkt dan ze ook te kunnen. Wanneer je bvb Patrick, of Johan, of Marnix, Heian Shodan ziet uitvoeren, dan merk je wat die kata kan bieden.
Je kunt perfect het niveau van een karateclub meten door de volledige club Heian Shodan te laten uitvoeren. En als een 3e en een 5e Dan samen Heian Shodan uitvoeren, is er ook een verschil, maar het vraagt een geoefend en ervaren oog om dit te merken.
Waar ik me ongelofelijk aan erger, zijn de modeverschijnselen binnen de kata’s. Als de Sensei mij vroeger een kata op een bepaalde manier aanleerde, dan kan ik het echt moeilijk verdragen dat men na 10 jaar zegt dat het fout was. Kata is een schijngevecht en de Sensei heeft mij altijd elke techniek perfect kunnen uitleggen en dat was voor mij voldoende. Ik kan ermee leven dat men andere interpretaties heeft in een kata, dat is juist de rijkdom ervan, maar niet dat men hierbij de vorige fout noemt.
Tijd voor een anekdote: iemand die mij erg geholpen heeft toen ik ‘ns diep in de put zat, was Enoeda Shihan, hoofdinstructeur van Engeland en een sempai van Miyazaki Shihan. Toen we, ik en nog een andere Belg, als bruine gordel in ’75 deelnamen aan een stage in Crystal Palace (London), wou na twee dagen niemand zich nog oplijnen tegenover ons. Bleek dat wij iets 'te hard' waren voor de anderen. Volgens mij hadden we wel voldoende controle, maar we gingen er inderdaad voor en een tsuki jodan was voor ons een tsuki jodan, en geen stootje boven het hoofd. Tijdens de kihon daarentegen waren die mannen fantastisch: perfecte technieken, moeilijke combinaties, enorme lenigheid; de moed zonk me in de schoenen. Wij konden enkel eenvoudige, maar blijkbaar wel efficiënte technieken. Ik denk dat Enoeda Shihan zag dat ik wat in de put zat en toen zei hij: “Om een goede zwarte gordel te zijn moet je enkel een goede tsuki en een goede mae geri kunnen geven. Al de rest is luxe!” Had hij dat toen niet gezegd, dan was ik waarschijnlijk met karate gestopt omdat ik zo teleurgesteld was in mezelf. Toen ik examen deed voor zwarte gordel kon ik nog steeds geen mawashi geri jodan, en ook later was het nog steeds niet schitterend, maar blijkbaar was dit geen probleem voor Miyazaki Shihan.
Vraag: Hoe zit het met de hoge dan-graden? Wie beslist of iemand een hogere dan-graad krijgt? Wat is het verschil tussen bvb een vierde en vijfde dan?
Oorspronkelijk was er maar 1 graad. Je was beginneling, dan deed je examen en was je gevorderde of zwarte gordel. Met de verwesterlijking heeft men meer streepjes, kleurtjes en niveau's ingevoerd.
Uiteindelijk heeft men de Dan-graden moeten structureren. De JKA-school is er tot nu toe nog altijd in geslaagd om het toekennen van de dan-graden in eigen Japanse handen te houden. Voor mij is dit nog steeds de minst slechte oplossing. De referentie blijkt tenminste internationaal.
Bij lagere dan-graden is het niveauverschil eerder van technische aard; bij de hogere graden heeft het te maken met maturiteit, inzicht en steun aan de groep.
Wie beoordeelt een examen? Wijze en ervaren mensen! Het amuseert me steeds te zien hoe lagere gordels vol zelfvertrouwen een oordeel vellen over het niveau van hogere gordels. Ik droom ervan ooit dat niveau van inzicht, waarbij ik kan oordelen over hen die verder staan dan ik, te bereiken.
Tot voor enkele jaren kon je 5de Dan en hoger enkel bereiken in Japan. Miyazaki Shihan heeft toen op een bepaald ogenblik speciaal enkele Japanners laten overkomen om 5de Dan in België te kunnen toekennen. Sergio Gneo en Raymond Honoré waren tot dan de enigen die al die graad hadden, maar de Sensei heeft toen een achttal mensen, waaronder ikzelf, gewaardeerd als 5de Dan. Hij wou een sterke groep vormen, zijn basisgroep, zijn erfenis. Misschien voelde hij toen al dat hij niet lang meer bij ons zou zijn.
Vraag: Wat is je mooiste herinnering aan 'de Sensei'?
Eigenlijk kan ik daar niet op antwoorden want dat is iets persoonlijks. Als een herinnering mooi en belangrijk is, dan koester je dat. Ik heb heel veel goede herinneringen. Miyazaki Shihan heeft mijn leven veranderd, ik zou nooit geweest zijn wie ik nu ben zonder hem.
Wij hadden een relatie die vooral de laatste jaren erg prettig was. Hij kon aanvaarden dat ik op een bepaald domein beter was dan hem en die waardering motiveerde me.
Eén ding is zeker, de man kon wat. Tot nu toe heb ik nog steeds niemand anders op volle snelheid een aanval zien stoppen met Ushiro Mawashi Geri Jodan, met vol contact, maar zonder kwetsuur. Kijk maar naar de foto in ons jubileumboek.
Ik heb zeer mooie herinneringen aan hem, ze blijven me motiveren en dat draagt in grote mate bij tot de kwaliteit van mijn leven.
Bedankt, sempai, voor dit interview.

