Kathleen in Amerika

Drie maandjes in de VS…een kort verslagje

Scherpe waarnemers zullen het al gemerkt hebben: sinds enige tijd missen wij een bepaald kenmerkend oosters accent van onze club; waar is die enigszins geheimzinnige maar toch charmante glimlach van Kathleen gebleven? Enige ongerustheid begon zich toch te manifesteren binnen de club, maar geen vrees, zij voelde dit aan en deze morgen kreeg de webmaster volgend verslagje in zijn Inbox (nota van de webmaster: ik vond nog ergens een fotootje. Hopelijk neemt Kathleen me dat niet kwalijk.)

Sinds begin januari vertoef ik in New Haven, een klein stadje in de staat Connecticut van de Verenigde Staten.  New Haven is aan de Oostkust gelegen, dus je mag gerust zeggen dat ik hier letterlijk kom overwinteren, met koud (maar meestal mooi droog) weer en veel sneeuw. Maar naar ik hoor is koning winter dit jaar ook hard toegeslagen in ons belgenlandje. En gezien de hemel hier meestal mooi blauw is, het vaak prachtig zonnig is en ze hier een gans arsenaal sneeuwruimers ed hebben, mag ik zeker niet klagen.

Waarom ik hier vertoef, is werk gerelateerd. New Haven huist namelijk de universiteit van Yale. En in het universitair ziekenhuis van Yale is een heel bekwame en gekende dame werkzaam op het gebied van borstpathologie, net het gebied waarin ik me meer in wil bekwamen. Dus dankzij enkele collega’s en via via ben ik als kleine Belg in het grootse Yale terecht gekomen…
En ik heb het me nog niet beklaagd. Ik werd heel vriendelijk onthaald, en begin me hier ondertussen meer en meer thuis te voelen. Het is een heel grote dienst, in vgl met de diensten pathologie in België. Dus een pak meer pathologen, assistenten in opleiding, technisch en administratief personeel. Ook het aantal stalen is ongeveer 2,5 maal hetgeen we in Gent te verwerken krijgen. Maar eerlijkheid gebiedt me toch te zeggen dat we in Gent zeker niet aan 2,5 maal het personeel geraken. De middelen die we in België ter beschikking hebben, zijn dus heel wat beperkter dan hier. Toch denk ik dat de kwaliteit van het werk in België niet zoveel lager ligt.

Maar nu genoeg over het werk, want behalve werken probeer ik ook een beetje van mijn verblijf te genieten. Bezoekjes aan New York en Boston waren zeker de moeite.
Maar daarnaast, geloof het of niet, TRAIN ik ook.
Jawel, dankzij Bieke en het internet, heb ik hier een JKA shotokan club gevonden. Sinds eind januari (daarvoor was het nog winterpauze) ben ik hier weer twee maal per week in de dojo te vinden. En het doet enorm deugd!
Het is een kleine universiteitsclub, met ongeveer een 15 tal karateka’s op training. De sensei is een vijfde dan. Ongeveer een derde van de karateka’s zijn zwarte gordels en de gemiddelde leeftijd is vrij jong, de meeste zijn nl nog student.
Er zijn veel gelijkenissen met Tekukan, het is dan ook dezelfde stijl. Kihon is meestal vrij basic, met reeksen van vnl tsuki’s en mae geri’s…daardoor voelde ik me direct thuis…;) Er wordt minder kumite gedaan, zeker vrij gevecht komt minder aan bod, en ze zijn precies minder beweeglijk wanneer er dan eens gespard wordt. Gelukkig voor mij is de enige vrouwelijke zwarte gordel van het gezelschap aan het trainen voor tweede dan, en kan ze wel een sparring partner gebruiken. Kata wordt dan wel weer bijna elke training ingeoefend.
Er zijn ook een aantal duidelijke verschillen. Het gaat er allemaal wat losser aan toe, en behalve het tellen wordt alles in het Engels benoemd (was dus even wennen dat mawashi hier round the house kick is).
En ik moet toegeven…het niveau ligt hier precies toch lager. De standen zijn dan weer een stuk hoger dan bij ons. Ook het verschil tussen jodan en chudan is veel kleiner (chudan is veel hoger dan bij ons). De intensiteit van een training is ook minder, maar een training duurt hier ook maar een uur en een kwart.  Ook de opwarming is korter, met vnl stretch oefeningen, zonder echt op te warmen…ze hebben de initiator cursus hier duidelijk niet gevolgd ;)
Een pluspunt is dan weer dat ze hier wel nog de traditie volhouden van de dojo voor de training te vegen (subtiele hint voor de blauwe gordels…).
Maar het belangrijkste is dat ik hier kan trainen in onze eigen stijl, en dat ik me mits enkele kleine aanpassingen ook volledig kan laten gaan op training.
En als Tekukanner hoef ik precies niet onder te doen…;)

Uiteraard kijk ik al uit naar een good old Tekukan training, gevolgd door een evenwaardige après-training (want dat kennen ze hier ook niet, stel u voor!).

Oess, oess, oess (het nieuwe groeten moet ik nog leren, maar driemaal is scheepsrecht, niewaar?).

Tot binnenkort op training!

Kathleen