Tussengraden

Het evaluatiesysteem voor de jongeren (van 8 tot en met 15 jaar)

De jongeren in de club zullen dit zeker al gemerkt hebben: sommigen hebben een verschillende gordel, anderen hebben streepjes op hun gordel. Wat is nu het verschil? We zullen je dat hier proberen uitleggen.

Inleiding

Als inleiding stellen we voor dat je eerst het artikel 'Graden' leest op deze website. Dan zal je al beter begrijpen hoe dit systeem in elkaar zit bij de 'groten'.

Tussengraden

Onze karateschool JKA-Belgium heeft een evaluatiesysteem uitgewerkt op basis van aantal trainingen, wachttijd en bekwaamheid. De details hiervan vind je terug in de 'Informatiebrochure van de vzw. JKA-Vlaanderen' die je ontving met je eerste vergunning.

Dit gradensysteem is echter uitgewerkt voor karateka's die zowel lichamelijk als geestelijk al wat maturiteit hebben, ttz. vanaf 16 jaar. Daarnaast kent onze federatie (en dit is zo voor gans België) een Dangraad (zwarte gordel) slechts toe vanaf 16 jaar. Toen een 25-tal jaren terug meer en meer jongeren karate begonnen te doen, moest er dus een aangepast systeem uitgewerkt worden, en dit werd het 'Tussengraden'-systeem.

Om voor jongeren de lange wachttijden tussen de graden wat te versoepelen, werden voor jongeren van 8 t.e.m. 12 jaar tussen twee 'officiële' graden twee tussengraden gezet, en voor jongeren van 13 t.e.m. 15 jaar één tussengraad. Deze tussengraden, alhoewel door de federatie vastgelegd wat betreft aantal trainingen en wachttijden, blijven intern in de club en vallen onder de verantwoordelijkheid van de technische clubleiding.

Deze tussengraden worden aangeduid door rode streepjes op de gordel.

Je kan het dus een beetje vergelijken met de evaluatie-systemen in het onderwijs: je hebt regelmatig toetsen (= tussengraden), en dan heb je ook nog de grote examens in december en juni, en dat zijn dan onze graden. Je 'toetsen' en je 'groot examen' samen bepalen of je naar een hoger studiejaar mag overgaan.

Het streepjes-examen

De 'toets' voor het behalen van de tussengraden wordt ook wel eens het 'streepjes-examen'genoemd. En hoe werkt dat ?

Het streepjes-examen legt de nadruk op een onderdeel van het ‘grote’ examen voor het behalen van de volgende gordel/graad. Het is dus zoiets als een repetitie voor het officiële examen.

Om te mogen deelnemen aan dit streepjes-examen moet de jongere voldoende 'punten' behaald hebben (zie verder). De groepstitularissen houden de punten bij en van zodra enkele jongeren in aanmerking komen wordt door de groepstitularis een streepjes-examen georganiseerd. Het is de groepstitularis zelf die het streepjes-examen afneemt en oordeelt of een streepje al dan niet kan toegekend worden.

Het clubexamen

De evaluatie van kyu-niveaus gebeurt op clubniveau tijdens zogenaamde clubexamens. Wanneer deze clubexamens in Teku-kan doorgaan vind je terug in de agenda op de website.

Jongeren tot en met 14 jaar hoeven zich niet zelf op te geven om deel te nemen aan het clubexamen. Deelname wordt besproken tussen de jeugd-graduatieverantwoordelijke en de groepstitularissen en wordt daarna bekend gemaakt aan de jongere zelf (er wordt een briefje meegegeven of opgestuurd).

De jongerentrainingen zijn zo opgebouwd dat tijdig de volledige ‘examenstof’ ingeoefend wordt. Daarnaast wordt er wekelijks gedurende ongeveer 20 minuten minstens één onderwerp van de examenstof grondig en in detail ingeoefend, uitgelegd en verbeterd. Dus hoe regelmatiger een jongere komt trainen, best wekelijks, hoe vlotter hij/zij vordert in karate.

Het puntensysteem

De ene jongere is al vlugger van begrip dan de andere. De ene is al gemotiveerder dan de andere. En de ene let al wat meer op dan de andere. Zo zijn jongeren nu eenmaal. Ook daar wordt in de club rekening mee gehouden door middel van het puntensysteem. Hoe gaat dat in zijn werk?

Per training kunnen de jongeren één, twee of drie punten verdienen. Elkeen die komt trainen krijgt sowieso één punt. Twee punten kan je behalen als je de training meedoet zoals gevraagd door de lesgever van dienst; als je weinig of niet stoort; als je dus goed je best doet. Drie punten kan je verdienen als je uitzonderlijk goed trainde en je je opvallend hebt ingezet. Het toewijzen van de punten gebeurt door de groepstitularis, in overleg met de lesgever van die dag.

Dus ongeacht of iemand al dan niet aanleg heeft, belonen we de kinderen voor hun inzet.

Dat ze belang hechten aan punten hoeft geen betoog. We hebben dan ook gemerkt dat het invoeren van het puntensysteem zijn effect niet gemist heeft.

Wat is nu de link met het vereist aantal trainingen voor het examen? Twee punten komt overeen met één training. Een jongere die dus elke training zijn uiterste best doet komt dus iets vlugger aan het vereiste aantal trainingen en kan zo iets vlugger vorderen.

Een voorbeeld om dit te verduidelijken: veronderstel dat om een rood streepje te behalen er 18 trainingen vereist zijn; dit wil dus zeggen 36 punten. Een jongere die iedere training gewoon aanwezig is, maar erg verstrooid is, of niet goed luistert riskeert dus elke training slechts 1 punt te krijgen. Hij zal dus minstens 36 trainingen nodig hebben om te kunnen deelnemen aan het streepjes-examen. Een jongere daarentegen die iedere training zijn uiterste best doet zou dus elke training 3 punten kunnen krijgen en, in theorie, al na 12 trainingen kunnen deelnemen aan het streepjes-examen. Goed je best doen brengt dus op!

Toch nog een laatste opmerking: in de club houden we ook rekening met het groeien in maturiteit. Vorderen in karate is niet enkel technisch verbeteren maar vereist ook mentaal ‘rijper’ worden. Zo vermijden we dat op een te jonge leeftijd een te hoge graad wordt behaald. Uit ervaring weten we dat die jongeren dan afhaken omdat ze dat niveau niet meer aankunnen.

Elke jongere wordt afzonderlijk opgevolgd en geëvalueerd door zijn groepstitularis. In overleg met de Verantwoordelijke Jeugdgraduatie, de clubexaminator en indien nodig geacht, de ouders, zullen bepaalde jongeren iets vlugger of iets trager vorderen.

Het belangrijkste is dat de jongeren gemotiveerd blijven, plezier beleven in hun sport en vooral 'zich goed voelen in hun vel'.